← Kennisbank
Vergunning 3 min lezen

Zijn mantelzorgwoningen permanent of tijdelijk?

Een mantelzorgwoning is juridisch toegestaan zolang sprake is van een aantoonbare mantelzorgrelatie. Planologisch is het gebruik dus tijdelijk en gekoppeld aan de zorgsituatie. Het bouwwerk zelf kan fysiek permanent blijven staan, maar het zelfstandige woongebruik vervalt meestal zodra de zorgrel…

Oudere man schilderd in tuin van mantelzorgwoning

Een mantelzorgwoning is in juridische zin geen reguliere permanente tweede woning, maar een woonvoorziening die planologisch wordt toegestaan vanwege een specifieke zorgrelatie. De tijdelijkheid zit niet per se in het bouwwerk zelf, maar in het gebruik als zelfstandige woonruimte. Zolang sprake is van een aantoonbare mantelzorgrelatie, mag de woning zelfstandig worden bewoond. Zodra die relatie eindigt, vervalt doorgaans de juridische grondslag voor het zelfstandige gebruik.

Onder de Omgevingswet is het gebruik van gronden en bouwwerken geregeld via het omgevingsplan. Artikel 5.1 Omgevingswet bepaalt wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Een mantelzorgwoning wordt vaak gerealiseerd als bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw. De bouw kan vergunningvrij zijn op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), maar het gebruik als zelfstandige woonruimte moet passen binnen het omgevingsplan of expliciet zijn toegestaan vanwege de mantelzorgsituatie.

De tijdelijkheid is gekoppeld aan de zorgbehoefte zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Mantelzorg is gedefinieerd als langdurige en onbetaalde zorg die voortvloeit uit een sociale relatie. Gemeenten mogen verlangen dat de zorgbehoefte objectief wordt onderbouwd. Zolang deze relatie bestaat, is het zelfstandige gebruik van de mantelzorgwoning planologisch gerechtvaardigd.

Kort samengevat: de mantelzorgwoning als bouwwerk kan fysiek permanent zijn, maar het recht op zelfstandig wonen is in beginsel tijdelijk en afhankelijk van de zorgrelatie.

In de praktijk zijn er drie scenario’s. Ten eerste kan de woning na beëindiging van de zorg blijven staan als bijgebouw zonder zelfstandige woonfunctie. Dat betekent dat keuken- en sanitaire voorzieningen mogelijk verwijderd of buiten gebruik gesteld moeten worden om strijdig gebruik te voorkomen. Ten tweede kan het omgevingsplan onder voorwaarden toestaan dat het bouwwerk alsnog als reguliere woning wordt bestemd, maar dit vereist doorgaans een afzonderlijke planologische procedure. Ten derde kan de gemeente bij een expliciet tijdelijke vergunning eisen dat het bouwwerk volledig wordt verwijderd na afloop van de zorgsituatie.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt bouwtechnische eisen die niet tijdelijk zijn. Een mantelzorgwoning moet voldoen aan de eisen voor woonfuncties op het gebied van veiligheid, gezondheid en energieprestatie. Dat betekent dat ook wanneer het gebruik tijdelijk is, het bouwwerk technisch gelijkwaardig moet zijn aan andere woningen.

Gemeenten hebben beleidsruimte om in het omgevingsplan nadere regels te stellen over de duur van het gebruik. Sommige gemeenten hanteren een meldingsplicht bij beëindiging van de mantelzorgsituatie. Andere gemeenten koppelen een termijn aan een tijdelijke vergunning, bijvoorbeeld vijf of tien jaar, afhankelijk van de omstandigheden.

Een concreet voorbeeld verduidelijkt dit. Een mantelzorgwoning wordt geplaatst voor een ouder met een chronische zorgbehoefte. Na acht jaar overlijdt de ouder. Het bouwwerk blijft fysiek aanwezig in de tuin. De gemeente controleert of het zelfstandige gebruik wordt beëindigd. Indien het omgevingsplan geen tweede woning toestaat, mag de unit niet worden verhuurd of zelfstandig bewoond. Het gebruik moet worden aangepast aan de regels voor bijgebouwen.

Wat bij de gemeente moet worden nagegaan is welke regels gelden bij beëindiging van de zorg. Moet dit actief worden gemeld? Mag het bouwwerk blijven staan? Zijn er voorwaarden verbonden aan hergebruik? Deze aspecten verschillen per gemeente, omdat het omgevingsplan lokaal wordt vastgesteld.

Vanuit fiscaal perspectief blijft een mantelzorgwoning die duurzaam met de grond is verenigd in beginsel onderdeel van de onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. Voor de Wet WOZ wordt de waarde van het bouwwerk meegenomen in de totale waardering van het perceel, ongeacht of het gebruik tijdelijk is.

De essentie is dat mantelzorgwoningen juridisch functioneel tijdelijk zijn, maar bouwkundig permanent kunnen zijn. De tijdelijkheid is gekoppeld aan het gebruik en de zorgrelatie, niet aan het fysieke bestaan van het bouwwerk.

Lees ook ons artikel over Kunnen mantelzorgwoningen ook tijdelijk worden ingezet voor revalidatie?.

Bronnen

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook