← Kennisbank
Vergunning 7 min lezen

Is er landelijke regelgeving in de Omgevingswet voor mantelzorgwoningen?

Ja, maar er is geen hoofdstuk "mantelzorgwoning". Het kader bestaat uit vier lagen: de Omgevingswet bepaalt of er een vergunning nodig is, het Bbl stelt de bouwtechnische eisen, het Bkl bindt de gemeente aan instructieregels, en het omgevingsplan van uw gemeente vult de rest in. Het begrip mantelzorg zelf komt uit de Wmo 2015, en juist die koppeling maakt de vergunningvrije route mogelijk.

Overleg en planning aan tafel

Ja, er is landelijke regelgeving die op mantelzorgwoningen van toepassing is. Wat er niet is, is een apart hoofdstuk voor dit type woning. Het kader bestaat uit algemene regels over bouwen en gebruiken, waar de mantelzorgwoning onder valt als een bijzonder geval.

Dat verklaart waarom u er online zo moeilijk een eenduidig antwoord over vindt. De regels staan verspreid over vier lagen, en drie daarvan zijn landelijk terwijl de vierde per gemeente verschilt.

Welke regeling waarover gaat

Regeling Waar het over gaat Landelijk?
Omgevingswet Of er een vergunning nodig is voor het bouwen en voor het gebruik Ja
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Bouwtechnische eisen aan de woonfunctie Ja, overal gelijk
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Instructieregels waaraan de gemeente zich bij het omgevingsplan moet houden Ja, gericht aan de gemeente
Omgevingsplan Wat er op úw perceel mag: oppervlak, hoogte, plek en gebruik Nee, per gemeente
Wmo 2015 Wat mantelzorg is, en dus wanneer de uitzondering geldt Ja

Die onderste rij is de sleutel. De hele constructie draait op de definitie van mantelzorg uit de Wet maatschappelijke ondersteuning: hulp aan een hulpbehoevende die rechtstreeks voortvloeit uit een bestaande sociale relatie en die de gebruikelijke hulp overstijgt. Geen zorgrelatie, geen uitzondering.

Wat landelijk vaststaat

Twee dingen zijn overal in Nederland hetzelfde, ongeacht in welke gemeente u woont.

De bouwtechnische ondergrens. Een mantelzorgwoning is een woonfunctie, en daarvoor gelden dezelfde eisen als voor elk ander huis: constructieve veiligheid, brandveiligheid, daglicht, ventilatie, plafondhoogte, rookmelders en energieprestatie. Dat geldt óók als u vergunningvrij mag bouwen. Vergunningvrij betekent alleen dat u vooraf geen toestemming hoeft te vragen; de regels gelden onverkort.

Het systeem van de vergunningplicht. De Omgevingswet kent twee losse vragen: mag het bouwwerk er staan, en mag er zo gewoond worden. Beide kunnen los van elkaar vergunningplichtig zijn, en dat is precies waar mensen op vastlopen. Een schuur die er legaal staat, mag daarmee nog geen zelfstandige woning worden.

Wat de gemeente invult

De rest zit in het omgevingsplan, en daar zitten de getallen die uw plan bepalen: hoeveel vierkante meter er in het achtererfgebied bij mag, welke bouwhoogte is toegestaan, hoe dicht op de perceelsgrens en of er specifiek beleid voor mantelzorg is vastgelegd.

Die verschillen zijn reëel. Dezelfde woning kan in de ene gemeente vergunningvrij zijn en in de buurgemeente een aanvraag vereisen. Daarom is "mag het in Nederland" nooit de nuttige vraag; "mag het op dit adres" wel.

Waarom u online verouderde informatie vindt

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en verving in één klap een groot aantal wetten, waaronder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Bouwbesluit 2012.

Veel pagina's op internet, ook van betrouwbare bronnen, zijn na die datum niet bijgewerkt. Komt u een tekst tegen die spreekt over de Wabo, over bijlage II bij het Bor of over het Bouwbesluit, dan leest u het oude stelsel. De strekking van de mantelzorgregeling is grotendeels overgenomen, maar de vindplaatsen en sommige details zijn veranderd.

Er speelt nog iets tijdelijks. Bij de invoering zijn rijksregels van rechtswege in de gemeentelijke omgevingsplannen terechtgekomen, de zogeheten bruidsschat. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om hun omgevingsplan definitief op orde te brengen. Tot die tijd bestaat het plan van uw gemeente uit een tijdelijk deel en een nieuw deel, en dat maakt zelf opzoeken lastiger dan het klinkt.

Hoe u het omgevingsplan zelf opzoekt

Het omgevingsplan is openbaar en online in te zien via het Omgevingsloket, onder "regels op de kaart". U voert uw adres in en krijgt de regels die op dat perceel van toepassing zijn.

Reken erop dat het lezen tegenvalt. U krijgt juridische tekst zonder uitleg, verdeeld over het tijdelijke en het nieuwe deel van het plan, en de begrippen die u zoekt heten er anders dan u verwacht. Zoek in elk geval op deze punten:

  • Wat er in het achtererfgebied aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, en tot welk oppervlak.
  • De maximale bouwhoogte, en of die afhangt van de afstand tot uw woning.
  • Of er een afstand tot de perceelsgrens is voorgeschreven.
  • Of het woord mantelzorg voorkomt, en zo ja onder welke voorwaarden.

Als er wel een vergunning nodig is

Dan geldt in de meeste gevallen de reguliere procedure: acht weken, met de mogelijkheid van een verlenging met zes weken. Bij een aanvraag die afwijkt van het omgevingsplan en waarvoor een uitgebreidere afweging nodig is, kan het langer duren.

Eén verandering ten opzichte van het oude stelsel is belangrijk om te weten: de vergunning van rechtswege bestaat niet meer. Onder de Wabo kon een aanvraag bij overschrijding van de termijn vanzelf worden verleend; onder de Omgevingswet is dat afgeschaft. Stilzitten van de gemeente levert u dus geen vergunning meer op, en dat maakt tijdig indienen belangrijker dan het was.

Bent u het oneens met de beslissing, dan staan bezwaar en daarna beroep open. De gemeente vraagt bij een aanvraag bovendien of en hoe u de omgeving heeft betrokken, dus een gesprek met de buren vooraf is geen beleefdheid maar onderdeel van het dossier.

Vergunningvrij is geen vrijbrief

Ook zonder vergunning kan de gemeente handhaven, namelijk wanneer de situatie buiten de kaders blijkt te vallen. Dat gebeurt in de praktijk vrijwel altijd na een melding uit de buurt, en dan gaat het meestal niet over het bouwwerk maar over het gebruik: er woont iemand zelfstandig terwijl er geen mantelzorgrelatie (meer) is.

Bewaar daarom vanaf het begin wat de zorgsituatie onderbouwt: een indicatiebesluit, een verklaring van de huisarts of van de wijkverpleging. Dat is het dossier waarmee u een melding in één brief afhandelt in plaats van in een procedure.

Wat de landelijke regels niet doen

  • Ze geven geen recht op een mantelzorgwoning. Ze bepalen wanneer er geen vergunning nodig is, niet dat het altijd mag.
  • Ze regelen het einde niet. Wat er gebeurt als de zorg stopt, staat in het omgevingsplan en in uw eigen afspraken. Zie wat er gebeurt als de zorg stopt.
  • Ze zeggen niets over eigendom. Wie eigenaar is van het gebouw volgt uit het Burgerlijk Wetboek, niet uit de Omgevingswet. Zie roerend of onroerend.
  • Ze binden uw buren niet. Het burenrecht over ramen, beplanting en hemelwater loopt langs een heel ander spoor.
  • Ze regelen de belastingkant niet. WOZ, OZB en de fiscale behandeling volgen uit eigen wetten.

Waar het beleid vandaan komt

De regeling staat er niet toevallig. Achter de mantelzorguitzondering zit een beleidslijn die al jaren dezelfde kant op wijst: mensen wonen langer thuis, het aantal ouderen groeit, en er zijn niet genoeg plekken in verpleeghuizen om dat op te vangen. Wonen in de nabijheid van familie is een van de weinige oplossingen die daar iets aan doet zonder dat er een instelling bij hoeft.

Daar komt de druk op de woningmarkt bij. Een tuinwoning voegt woonruimte toe zonder dat er een kavel bij hoeft, en dat maakt hem in de discussie over woningtekort een interessante categorie. Tegelijk zijn gemeenten terughoudend met verdichting van bestaande erven, en die spanning verklaart waarom de ene gemeente meedenkt en de andere strikt is.

Wat dat betekent voor u is beperkt: beleid op de lange termijn verandert niet wat er vandaag op uw perceel mag. Loopt u tegen een nee aan, dan is de route niet wachten op andere regels maar kijken of het plan binnen de huidige kaders past. Zie bezwaar maken bij een weigering.

Verandert er iets in de regels, dan werkt dat door in het omgevingsplan van uw gemeente. Dat is dus ook de plek om te kijken, en niet de landelijke politiek.

Wat dit praktisch betekent

Landelijk is de ondergrens; de gemeente neemt de beslissing. Voor u als lezer betekent dat dat u drie dingen wilt weten, in deze volgorde.

Ten eerste: is er een mantelzorgrelatie in de zin van de Wmo? Dat is de voorwaarde waaronder zelfstandige bewoning in de tuin überhaupt mogelijk is.

Ten tweede: wat staat er in het omgevingsplan van uw gemeente over uw perceel? Daar komen de maten vandaan.

Ten derde: voldoet de woning aan het Bbl? Bij een geleverde woning is dat de verantwoordelijkheid van de bouwer, en bij zelfbouw of verbouw van een bestaand gebouw die van u.

De eerste twee vragen beantwoordt de vergunningcheck voor uw adres in een paar minuten: die haalt de regels van uw eigen gemeente op in plaats van de landelijke hoofdregel. Wat de vergunningvraag verder inhoudt, staat in heb ik een vergunning nodig.

Bronnen

Benieuwd wat er in úw tuin mag?

De regels verschillen per gemeente. Onze gratis vergunningcheck haalt de regels op die voor uw adres gelden — in twee minuten, zonder verplichtingen.

Doe de vergunningcheck

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook