← Kennisbank
Vergunning 5 min lezen

Bestaat er een maximum aantal mantelzorgwoningen per perceel?

Er staat geen getal in de wet, maar in de praktijk is het er één. De uitzondering is geschreven voor huisvesting in verband met mantelzorg bij een woning, en een tweede zelfstandige woonruimte erbij valt daar niet vanzelf onder. De harde grens is bovendien geen aantal maar een oppervlak: het achtererfgebied kent een maximum in vierkante meters, en twee woningen gaan daar zelden samen in.

Oudere vrouw in de tuin van mantelzorgwoning

Er staat geen getal in de wet. Toch is het antwoord in de praktijk vrijwel altijd één, en dat komt door twee dingen die los van elkaar werken.

Het eerste is de bedoeling van de regeling: er mag een extra woonruimte bij een woning komen voor huisvesting in verband met mantelzorg. Dat is geschreven in het enkelvoud, voor een situatie, niet als een recht om uw erf te verdichten.

Het tweede is harder en makkelijker te controleren: het oppervlak.

De echte grens is geen aantal maar een maat

In het achtererfgebied mag een beperkt oppervlak aan bijbehorende bouwwerken staan. Daar telt alles in mee: de mantelzorgwoning, de schuur, het tuinhuis en een eventuele overkapping.

Stel dat uw omgevingsplan zeventig vierkante meter toestaat. Eén woning van vijfenveertig past daar prima in. Twee woningen van vijfenveertig is negentig, en dan bent u er dus ver overheen, nog los van de vraag of het aantal is toegestaan.

Dat maakt de discussie meestal kort. Wie twee woningen wil, komt vrijwel altijd eerst het oppervlak tegen, en dan is het een vergunningaanvraag geworden en geen vergunningvrije route meer. Hoe u dat oppervlak berekent staat in hoe groot een mantelzorgwoning is.

Twee bewoners in één woning is het gewone antwoord

De vraag komt meestal voort uit een concrete situatie: er zijn twee ouders, of er is een ouder en een schoonouder. Dat vraagt geen twee woningen maar één die er geschikt voor is.

Onze grotere uitvoeringen zijn gebouwd voor twee bewoners: een slaapkamer plus een tweede kamer, een badkamer waar twee mensen tegelijk in kunnen, en een leefruimte die dat aankan. Dat is bouwkundig, planologisch en financieel eenvoudiger dan twee losse gebouwen, en het is wat er in de meeste gevallen staat.

Een tweede kamer is ook de oplossing wanneer twee mensen niet meer samen slapen maar wel samen wonen. Dat komt bij deze doelgroep vaker voor dan mensen denken, en het is een indelingsvraag en geen aantalvraag.

Als er echt twee losse zorgsituaties zijn

Die bestaan. Een schoonmoeder die niet meer alleen kan wonen én een volwassen kind met een beperking, bijvoorbeeld. Twee zorgrelaties, twee huishoudens, één erf.

Dan is de route niet vergunningvrij maar een aanvraag. Reken erop dat de gemeente daar serieus naar kijkt en niet automatisch nee zegt: er is een aanleiding, er zijn twee onderbouwde zorgvragen, en dat is precies het soort geval waarvoor de afwijkingsbevoegdheid bestaat.

Wat zo'n aanvraag kansrijk maakt is de onderbouwing per situatie: voor beide bewoners een indicatie of een verklaring, een tekening waaruit blijkt dat het erf het aankan, en een expliciete toezegging dat beide woningen weggaan als de zorg eindigt. Verplaatsbaarheid weegt hier zwaar, want het verschil tussen twee tijdelijke gebouwen en permanente verdichting is precies waar de gemeente op let.

Waar de gemeente naar kijkt

  • Verdichting. Twee extra woonruimtes op één perceel begint te lijken op woningsplitsing, en dat is een ander beleidsterrein met eigen regels.
  • Precedentwerking. Wat hier wordt toegestaan, komt op tafel bij het volgende verzoek in dezelfde straat.
  • Parkeren. Meer huishoudens betekent meer auto's, en parkeernormen zijn een reële weigeringsgrond.
  • Het beeld van het erf. In het buitengebied speelt landschappelijke inpassing extra zwaar; zie de regels in het buitengebied.
  • Wat er gebeurt als de zorg stopt. Bij twee woningen wil een gemeente dat zwart-op-wit.

Twee huishoudens op één erf werkt anders dan drie

Los van wat er mag, is er een praktische kant die zelden ter sprake komt en die achteraf zwaarder weegt dan de regels: hoe het samenleven verloopt.

Twee huishoudens op één erf gaat goed als er afstand en zichtlijnen zijn waarover is nagedacht. Bij drie wordt dat aanzienlijk lastiger. Er komen meer auto's, meer bezoek, meer thuiszorg die aanbelt, en de tuin die het geheel bij elkaar houdt wordt kleiner terwijl het gebruik toeneemt.

Dat is ook wat een gemeente meeweegt wanneer zij naar verdichting kijkt. Het oordeel gaat niet alleen over vierkante meters maar over de vraag of het erf het nog draagt. Loopt u met een plan voor twee woningen rond, teken dan eerst de looproutes, de parkeerplekken en de zichtlijnen in. Als dat plaatje al krap oogt, is de uitkomst van de aanvraag te voorspellen.

Wat wij in de praktijk zien

Bij ons komt de vraag naar twee woningen regelmatig langs en eindigt hij vrijwel altijd bij één. Meestal omdat er bij het inmeten blijkt dat het erf de tweede niet draagt, en soms omdat de tweede zorgsituatie beter met een grotere woning is opgelost dan met een extra gebouw.

De uitzondering is het ruime erf in het buitengebied waar wél plek is en waar twee onderbouwde zorgvragen liggen. Daar is het een aanvraag met een reële kans, en daar begint het met vooroverleg en niet met een bestelling.

Splitsen van het perceel is een andere vraag

Soms is wat mensen eigenlijk willen geen tweede mantelzorgwoning maar een tweede woning: permanent, met een eigen adres, los verkoopbaar. Dat is een volstrekt ander traject.

Woningsplitsing of het toevoegen van een woning aan een perceel vraagt een wijziging van het omgevingsplan of een vergunning voor een buitenplanse activiteit, met een ruimtelijke onderbouwing en vaak onderzoek naar geluid, parkeren en bezonning. Reken op maanden en op specialistische begeleiding.

Het is belangrijk die twee routes uit elkaar te houden. Een mantelzorgwoning aanvragen met als werkelijke bedoeling een tweede woning, is de snelste manier om het vertrouwen bij de gemeente te verspelen, en het valt op zodra de zorgonderbouwing dun blijkt.

En als er al een mantelzorgwoning stond

Koopt u een huis waar de vorige bewoner er al een had staan, dan is de vraag niet of u er nog een bij mag zetten maar of die bestaande er nog mag staan. De grondslag hing aan een zorgsituatie die met de vorige bewoners is meeverhuisd of beëindigd.

Is er bij u een nieuwe zorgsituatie, dan kan het gebouw daarvoor gebruikt worden. Is die er niet, dan mag er niemand zelfstandig in wonen. Wat er dan wel kan staat in wat er gebeurt als de zorgsituatie stopt.

Een tweede gebouw voor iets anders

Wilt u naast de mantelzorgwoning ook een tuinhuis, een kantoor of een overkapping, dan is het aantal geen probleem maar het oppervlak weer wel. Alles telt op in dezelfde ruimte.

Tel dus eerst wat er al staat, trek dat van het toegestane oppervlak af, en kijk wat er overblijft. Dat getal bepaalt welk model in beeld is, en niet andersom.

De volgorde

Begin met de vergunningcheck voor uw adres: die geeft het toegestane oppervlak en wat uw gemeente over mantelzorg heeft vastgelegd. Blijkt daaruit dat één woning past en u er twee wilt, dien dan een principeverzoek in voordat u iets bestelt. Dat kost weken in plaats van maanden en levert u het antwoord op voordat het een besluit wordt.

Bronnen

Benieuwd wat er in úw tuin mag?

De regels verschillen per gemeente. Onze gratis vergunningcheck haalt de regels op die voor uw adres gelden — in twee minuten, zonder verplichtingen.

Doe de vergunningcheck

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook