← Kennisbank
Zorg & indicatie 6 min lezen

Hoe ervaren mantelzorgers het wonen in een mantelzorgwoning?

Wat mensen als grootste winst noemen is niet de zorg maar de rust: geen reistijd meer, en niet meer 's avonds liggen bedenken of het daar wel goed gaat. Wat er tegenover staat is dat nabijheid ook beschikbaarheid wordt. De families waar het jaren goed gaat, zijn niet de families met de aardigste mensen maar die met de duidelijkste afspraken.

Opa en kleinkind bij de open haard

Wat mensen achteraf als grootste winst noemen, is zelden de zorg zelf. Het is de rust. Geen twee keer per dag heen en weer rijden, geen avonden meer waarop u ligt te bedenken of het daar wel goed gaat, en geen telefoon die kan gaan met nieuws waar u een half uur vandaan bent.

Dat is de kant die in brochures staat en die klopt. Er is een tweede kant die er minder vaak bij staat, en die is net zo echt: nabijheid wordt beschikbaarheid. Wie dertig seconden verderop woont, is er altijd.

Vooraf één ding: elke situatie is anders en wat hieronder staat is geen onderzoek maar wat er bij deze woonvorm structureel speelt. Sommige gezinnen herkennen er alles in en andere niets.

Wat er meteen verandert

  • De reistijd verdwijnt. Voor wie dagelijks reed, is dat het verschil tussen een uur per dag en niets.
  • Kleine dingen worden klein. Een lamp vervangen, een pot opendraaien, meekijken bij een brief: dat kost nu twee minuten in plaats van een rit.
  • De onzekerheid neemt af. U ziet het licht aangaan. Dat klinkt onbeduidend en het is voor veel mensen het punt waarop ze weer slapen.
  • Er is weer bezoek. Iemand die uit een leeg huis verhuisde, zit ineens midden in een gezin, en de kleinkinderen lopen langs.

Waar het gaat schuren

Vrijwel altijd op hetzelfde: op de vraag wanneer u niet beschikbaar bent.

Bij een ouder die twintig kilometer verderop woont, is er vanzelf een grens. Bij een ouder in de tuin is die grens er niet meer, en dan moet u hem zelf maken. Dat voelt onaardig, want er is niets aan de hand: er wordt alleen even aangebeld.

Wat er in de praktijk gebeurt, is dat "even" optelt. Drie keer per dag tien minuten is een uur, en dan is er nog niets zwaars gebeurd. Mensen merken het pas wanneer ze doorhebben dat ze al maanden geen avond hebben gehad waarin ze niet konden worden gestoord.

De omgekeerde kant bestaat ook en wordt minder benoemd. Bewoners vertellen dat ze zich bekeken voelen, of dat ze niet meer durven te zeggen dat het niet goed gaat omdat ze al zoveel vragen. Zelfstandigheid inleveren is voor de meeste mensen zwaarder dan de zorg zelf.

Wat de gezinnen doen waar het goed gaat

Dat zijn niet de gezinnen met de aardigste mensen. Het zijn de gezinnen die dingen hebben uitgesproken die ongemakkelijk voelen om uit te spreken.

Een vaste tijd in plaats van de hele dag. Elke ochtend om negen uur even langs werkt beter dan de hele dag beschikbaar zijn, voor beide kanten. De bewoner weet wanneer er iemand komt en hoeft niet te bellen; u weet wanneer u vrij bent.

Aanbellen in plaats van binnenlopen. Het is een eigen woning. Dat klinkt vanzelfsprekend en het gaat vaak mis bij de kinderen, de schoondochter en de kleinkinderen die de deur als open beschouwen.

Afspreken wat er níet bij hoort. Boodschappen wel, de administratie ook, maar niet elke avond gezelschap houden. Dat laatste is de taak die het meest uitdijt en waar het minst over wordt gepraat.

De rest van de familie inschakelen. Bij wie de woning in de tuin staat, komt vanzelf alles terecht, en de broer in een andere provincie denkt dat het geregeld is. Zeg wat u nodig heeft, want niemand vraagt het.

Wat het met de rest van het gezin doet

De aandacht gaat vanzelf naar de mantelzorger en de bewoner, en er woont meestal nog iemand mee. Een partner die niet zijn of haar ouder is, en kinderen die de tuin met een tweede huishouden delen.

Bij partners gaat het vrijwel nooit over de zorg en vrijwel altijd over de tijd. Wie ziet dat de ander elke avond even weg is, mist die avonden, en dat gesprek komt er pas als er iets over is gezegd. Voer het aan het begin en niet na een jaar.

Bij kinderen is het beeld overwegend goed. Opa of oma in de tuin betekent dagelijks contact in plaats van bezoek op zondag, en dat is voor beide kanten waardevol. Waar het knelt is bij pubers die zich bekeken voelen in de tuin, en dat is een kwestie van de plek en de zichtlijnen, niet van de mensen.

Betrek het hele huishouden dus in de beslissing, ook al lijkt het een keuze tussen u en uw ouder. Het is een woonvorm voor twee huishoudens en iedereen doet mee.

Ruimte om weg te zijn

Voor wie langdurig zorgt, bestaat er respijtzorg: tijdelijke overname van de zorg, zodat u er even tussenuit kunt. Dat kan via vrijwilligers, dagbesteding, of een kortdurend verblijf elders.

Vraag dat aan bij het Wmo-loket van uw gemeente, en doe het voordat u het nodig heeft in plaats van erna. Mantelzorgers vragen dit soort hulp gemiddeld veel te laat aan, meestal omdat het voelt alsof je iemand in de steek laat, en de aanvraag kost tijd die u dan niet meer heeft.

Datzelfde geldt voor de mantelzorgondersteuning die de meeste gemeenten hebben: een steunpunt, een consulent en soms een mantelzorgwaardering. Dat is geen luxe en het is er voor u.

Het gaat langer dan u denkt

Mensen richten deze situatie meestal in met een half jaar in gedachten, en het duurt vaak jaren. Dat is op zichzelf goed nieuws, want het betekent dat het werkt, maar het vraagt wel dat u het zo inricht dat het jaren vol te houden is.

Praktisch betekent dat: bouw de afspraken vanaf het begin en niet als er al irritatie is. Ga op vakantie. Houd één avond per week waarop u er niet bent. Wie de eerste maanden alles doet omdat het nieuw is en leuk voelt, zet een norm neer die later niet meer omlaag kan.

Als het niet meer gaat

Er komt bij sommige gezinnen een moment waarop de woonvorm niet meer past. Dat is geen mislukking en het is ook niet ongewoon. Bij nachtelijke onrust, bij zorg die om de paar uur nodig is, of bij dementie die verder gaat dan vergeetachtigheid, doet een eigen voordeur in de tuin het verkeerde: hij creëert afstand op het moment dat er toezicht nodig is.

Wat het dan wel heeft opgeleverd, is tijd. Vaak jaren waarin iemand thuis heeft gewoond in plaats van in een instelling, en dat is precies waar het om begonnen was. Wanneer die grens in zicht komt staat in de pagina over dementie, en wat er daarna met de woning gebeurt in wat er gebeurt als de zorgsituatie stopt.

Wat u kunt doen voordat de woning er staat

Twee dingen, en ze kosten allebei niets.

Praat met de toekomstige bewoner over hoe hij of zij het voor zich ziet, en niet alleen over de praktische kant. Wat wil iemand zelf blijven doen? Wanneer wil iemand wél gestoord worden en wanneer niet? Dat gesprek is makkelijker vooraf dan wanneer iedereen er al middenin zit.

En kijk naar de plek op het erf met dit in het achterhoofd. Twee voordeuren die naar elkaar kijken, maken het lastiger om er even niet te zijn dan twee woningen die van elkaar af staan. Hoe die afweging loopt staat in hoe dicht de woning bij het huis hoort te staan.

Wilt u weten wat er op uw adres kan, begin dan bij de vergunningcheck.

Bronnen

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook