← Kennisbank
Vergunning 2 min lezen

Mag een mantelzorgwoning bij een huurwoning worden geplaatst?

Een mantelzorgwoning bij een huurwoning is in beginsel mogelijk, maar alleen met toestemming van de verhuurder én binnen de regels van het omgevingsplan. De huurder is geen eigenaar van de grond, waardoor civielrechtelijke toestemming noodzakelijk is. Daarnaast gelden de regels uit de Omgevingswe…

Oudere vrouw in de tuin van mantelzorgwoning

Het plaatsen van een mantelzorgwoning bij een huurwoning is juridisch complexer dan bij een koopwoning, omdat de huurder geen eigenaar is van het perceel. Naast het publiekrechtelijke kader van de Omgevingswet spelen hier ook civielrechtelijke regels uit het huurrecht (Boek 7 Burgerlijk Wetboek) een doorslaggevende rol.

Kort samengevat: plaatsing bij een huurwoning is alleen mogelijk met expliciete toestemming van de verhuurder en mits het omgevingsplan dit toestaat.

Publiekrechtelijk geldt hetzelfde kader als bij koopwoningen. Artikel 5.1 van de Omgevingswet bepaalt of voor het bouwen van een bouwwerk een omgevingsvergunning nodig is. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken. Indien de mantelzorgwoning binnen de maximale oppervlakte en situeringseisen past, kan plaatsing mogelijk vergunningvrij zijn.

Privaatrechtelijk is echter bepalend dat de huurder geen beschikkingsbevoegdheid heeft over de grond. Op grond van artikel 7:215 Burgerlijk Wetboek mag een huurder geen veranderingen of toevoegingen aanbrengen zonder toestemming van de verhuurder, tenzij het gaat om kleine, eenvoudig te verwijderen aanpassingen. Een mantelzorgwoning is geen kleine aanpassing; hiervoor is uitdrukkelijke toestemming vereist.

Wanneer de verhuurder toestemming verleent, kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld over verwijdering na beëindiging van de huur of na afloop van de zorgsituatie. In sociale huurwoningen kan bovendien het beleid van de woningcorporatie een rol spelen.

Een concreet voorbeeld: een huurder van een eengezinswoning wil een mantelzorgwoning van 45 m² in de achtertuin plaatsen voor een hulpbehoevende ouder. De woningcorporatie verleent schriftelijke toestemming onder de voorwaarde dat de woning na beëindiging van de zorgsituatie wordt verwijderd. De gemeente bevestigt dat plaatsing vergunningvrij mogelijk is binnen het omgevingsplan. In dat geval kan plaatsing rechtmatig plaatsvinden.

Daarnaast moet het gebruik als zelfstandige woonruimte gekoppeld zijn aan een mantelzorgrelatie zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Zonder deze relatie kan zelfstandig gebruik in strijd zijn met het omgevingsplan.

Bouwtechnisch moet de woning voldoen aan de eisen uit het Bbl voor woonfuncties, waaronder brandveiligheid, ventilatie en energieprestatie. Vergunningvrij bouwen betekent niet dat geen technische eisen gelden.

Vanuit civielrechtelijk perspectief geldt dat een mantelzorgwoning die duurzaam met de grond is verbonden in beginsel eigendom wordt van de grondeigenaar (artikel 5:20 Burgerlijk Wetboek). Dit betekent dat de woning bij plaatsing juridisch eigendom wordt van de verhuurder, tenzij anders is overeengekomen. Dit aspect moet contractueel worden vastgelegd om geschillen te voorkomen.

De essentie is dat een mantelzorgwoning bij een huurwoning mogelijk is, maar alleen met toestemming van de verhuurder en binnen de kaders van het omgevingsplan en het Bbl. Zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke regels moeten in acht worden genomen.

Lees ook ons artikel over Hoe wordt een mantelzorgwoning geplaatst?.

Bronnen

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook