Zijn mantelzorgwoningen energiezuinig?
Mantelzorgwoningen moeten bij nieuwbouw voldoen aan de landelijke energieprestatie-eisen (BENG) uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daardoor zijn zij in beginsel energiezuinig gebouwd. De uiteindelijke energiezuinigheid hangt af van isolatie, installaties en energieopwekking.
Mantelzorgwoningen die nieuw worden gebouwd, moeten voldoen aan de landelijke energieprestatie-eisen voor woonfuncties zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden voor nieuwbouwwoningen de zogenoemde BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). Dit betekent dat een mantelzorgwoning in beginsel energiezuinig moet worden gerealiseerd.
Kort samengevat: nieuwe mantelzorgwoningen moeten voldoen aan de BENG-eisen en zijn daardoor in principe energiezuinig, maar het werkelijke energieverbruik hangt af van uitvoering en gebruik.
Het Bbl bevat eisen op drie hoofdpunten: de maximale energiebehoefte van het gebouw, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. Deze eisen gelden voor woonfuncties en zijn landelijk uniform. Ze verplichten tot een goede isolatie van gevel, dak en vloer, een luchtdichte bouwschil en efficiënte installaties.
De energiezuinigheid van een mantelzorgwoning wordt in de praktijk bepaald door meerdere factoren. Ten eerste de isolatiewaarden van de bouwschil. Ten tweede het type verwarmingssysteem, bijvoorbeeld een warmtepomp of elektrische verwarming. Ten derde de aanwezigheid van zonnepanelen of andere vormen van hernieuwbare energieopwekking.
Een concreet voorbeeld: een mantelzorgwoning van 50 m² wordt gebouwd met hoogwaardige isolatie, triple glas en een lucht-lucht warmtepomp. Daarnaast worden zonnepanelen geplaatst op het dak. Door deze combinatie voldoet de woning aan de BENG-eisen en kan het jaarlijkse energieverbruik relatief laag blijven.
Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is of aanvullende energie-eisen zijn opgenomen in het omgevingsplan, bijvoorbeeld bij duurzame nieuwbouwprojecten. De gemeente kan toezicht houden op naleving van de bouwtechnische eisen via de regels van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Wanneer een oudere of tweedehands mantelzorgwoning wordt herplaatst, moet worden beoordeeld of zij nog voldoet aan de actuele energie-eisen uit het Bbl. Indien niet, kunnen aanpassingen nodig zijn om aan de huidige normen te voldoen.
Vanuit civielrechtelijk perspectief wordt een mantelzorgwoning bij duurzame plaatsing aangemerkt als onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. Een energiezuinige uitvoering kan invloed hebben op de marktwaarde en daarmee op de WOZ-waardering conform artikel 17 Wet WOZ.
De essentie is dat nieuwe mantelzorgwoningen op grond van landelijke regelgeving energiezuinig moeten zijn. De mate van energiezuinigheid hangt vervolgens af van ontwerpkeuzes, installaties en het feitelijke gebruik.
Lees ook ons artikel over Zijn mantelzorgwoningen verplaatsbaar?.
Bronnen
- [Besluit] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) — Energieprestatie-eisen woonfunctie (BENG) — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Omgevingswet — art. 4.3 — Grondslag algemene maatregelen van bestuur — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet kwaliteitsborging voor het bouwen — Toezicht bouwkwaliteit — geraadpleegd 2026-02-21
- [NEN] Aangewezen energieprestatie-normen onder het Bbl — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Burgerlijk Wetboek Boek 3 — art. 3:3 — Onroerende zaak — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet waardering onroerende zaken — art. 17 — Waardebepaling — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] Rijksoverheid — BENG-eisen nieuwbouw — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] IPLO — Energie-eisen onder de Omgevingswet — geraadpleegd 2026-02-21
