Welke gemeenten stimuleren mantelzorgwoningen actief?
Gemeenten kunnen mantelzorgwoningen actief stimuleren via beleidsregels, informatievoorziening of ruimere regels in het omgevingsplan. De juridische basis blijft de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), maar gemeenten hebben beleidsruimte binnen deze kaders.
Er bestaat geen landelijke lijst van gemeenten die mantelzorgwoningen “actief stimuleren”, maar binnen het kader van de Omgevingswet hebben gemeenten beleidsruimte om de realisatie ervan te vergemakkelijken. Dit gebeurt doorgaans via ruimere regels in het omgevingsplan, actieve voorlichting of een soepele toepassing van vergunningprocedures.
Kort samengevat: gemeenten kunnen mantelzorgwoningen stimuleren via lokaal beleid, maar blijven gebonden aan landelijke bouw- en veiligheidsregels.
De Omgevingswet biedt gemeenten de bevoegdheid om in het omgevingsplan regels vast te stellen over het gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 5.1 bepaalt wanneer een omgevingsvergunning nodig is, maar binnen deze kaders kan een gemeente ruimere mogelijkheden opnemen voor bijbehorende bouwwerken of mantelzorggerelateerde bewoning.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor gemeenten bij het opstellen van het omgevingsplan. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld hogere maximale oppervlaktes voor bijbehorende bouwwerken toestaan of duidelijk beleid publiceren over hoe een mantelzorgrelatie moet worden aangetoond.
Sommige gemeenten stimuleren mantelzorgwoningen als onderdeel van lokaal woonbeleid of vergrijzingsbeleid. Dit kan zich uiten in actieve communicatie, vooroverlegmogelijkheden of versnelde behandeling van vergunningaanvragen.
Een concreet voorbeeld: een gemeente neemt in het omgevingsplan op dat bijbehorende bouwwerken tot 100 m² vergunningvrij mogen worden gerealiseerd bij mantelzorg, terwijl de landelijke minimumeisen lager liggen. Dit kan de realisatie van mantelzorgwoningen vergemakkelijken.
De bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) blijven in alle gemeenten gelijk. Gemeenten mogen deze minimumnormen niet verlagen.
Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is welke specifieke regels en beleidsnotities gelden voor mantelzorgwoningen en of er sprake is van actief stimuleringsbeleid.
Vanuit civielrechtelijk perspectief verandert stimuleringsbeleid niets aan de kwalificatie van de woning als onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. De waarde wordt meegenomen in de WOZ-waardering conform artikel 17 Wet WOZ.
De essentie is dat gemeenten binnen het landelijke kader beleidsruimte hebben om mantelzorgwoningen te faciliteren of te stimuleren. De concrete mogelijkheden verschillen per gemeente en zijn vastgelegd in het omgevingsplan en lokaal beleid.
Lees ook ons artikel over Zijn mantelzorgwoningen verplaatsbaar?.
Bronnen
- [Wet] Omgevingswet — art. 5.1 — Vergunningplicht bouw- en gebruiksactiviteiten — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) — Instructieregels omgevingsplan — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) — Bouwtechnische eisen woonfunctie — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Algemene wet bestuursrecht — Beleidsregels en handhaving — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 — art. 1.1.1 — Definitie mantelzorg — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Burgerlijk Wetboek Boek 3 — art. 3:3 — Onroerende zaak — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet waardering onroerende zaken — art. 17 — Waardebepaling — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] VNG — Gemeentelijk beleid mantelzorgwoningen — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] IPLO — Omgevingsplan onder de Omgevingswet — geraadpleegd 2026-02-21
