Mag een mantelzorgwoning permanent blijven staan?
Een mantelzorgwoning mag fysiek permanent blijven staan als het omgevingsplan dat toestaat, maar het zelfstandige gebruik is in beginsel gekoppeld aan de duur van de mantelzorgrelatie. Na beëindiging van de zorgsituatie vervalt meestal de planologische rechtvaardiging voor zelfstandig wonen. De e…
Of een mantelzorgwoning permanent mag blijven staan, moet worden onderscheiden in twee onderdelen: het fysieke bouwwerk en het zelfstandige gebruik als woonruimte. Juridisch is het mogelijk dat het bouwwerk permanent blijft staan, maar het gebruik als zelfstandige woning is in beginsel tijdelijk en gekoppeld aan een aantoonbare mantelzorgrelatie.
Kort samengevat: het bouwwerk kan vaak blijven staan, maar het recht om er zelfstandig in te wonen vervalt doorgaans zodra de mantelzorgsituatie eindigt.
Onder de Omgevingswet wordt het bouwen en gebruiken van bouwwerken gereguleerd via het omgevingsplan. Artikel 5.1 van de Omgevingswet bepaalt wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor bouw- of gebruiksactiviteiten. Een mantelzorgwoning wordt meestal aangemerkt als bijbehorend bouwwerk bij een hoofdwoning. Het bouwen kan vergunningvrij zijn als aan de voorwaarden van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt voldaan.
Het zelfstandige gebruik als woonruimte wordt planologisch gerechtvaardigd door de mantelzorgrelatie zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Zolang sprake is van langdurige, onbetaalde zorg binnen een sociale relatie, mag de woning zelfstandig worden bewoond. Wanneer deze zorgrelatie eindigt – bijvoorbeeld door overlijden, verhuizing of beëindiging van de zorg – vervalt de grondslag voor zelfstandig gebruik.
Wat er vervolgens met de woning gebeurt, hangt af van het omgevingsplan. In veel gemeenten mag het bouwwerk blijven staan als bijgebouw, mits het niet langer als zelfstandige woonruimte wordt gebruikt. Dit kan betekenen dat keuken- en sanitaire voorzieningen buiten gebruik moeten worden gesteld of dat het bouwwerk slechts als berging of hobbyruimte mag dienen. In sommige gevallen kan een tijdelijke vergunning zijn verleend met een expliciete verwijderingsplicht na afloop van de zorgsituatie.
Een concreet voorbeeld: een mantelzorgwoning van 60 m² wordt vergunningvrij geplaatst in de achtertuin voor een hulpbehoevende ouder. Na overlijden van de ouder blijft het bouwwerk staan. De gemeente constateert dat het gebruik als zelfstandige woning niet langer is toegestaan. De eigenaar mag het bouwwerk behouden als bijgebouw, maar niet verhuren of zelfstandig laten bewonen zonder planologische wijziging.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving blijft van toepassing zolang het bouwwerk in stand wordt gehouden. De technische eisen voor veiligheid en gezondheid blijven gelden, ongeacht het gebruik.
Vanuit civielrechtelijk perspectief wordt een mantelzorgwoning die duurzaam met de grond is verbonden aangemerkt als onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. De waarde wordt meegenomen in de WOZ-waardering conform artikel 17 Wet WOZ, ook wanneer het zelfstandige gebruik is beëindigd.
Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is of er een meldplicht bestaat bij beëindiging van de mantelzorgsituatie en of het omgevingsplan een expliciete verwijderingsverplichting bevat. Ook moet worden gecontroleerd of een functiewijziging mogelijk is via een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
De essentie is dat een mantelzorgwoning fysiek permanent kan blijven staan, maar dat het zelfstandige woongebruik in beginsel tijdelijk is en gekoppeld aan de mantelzorgrelatie. De exacte uitwerking verschilt per gemeente en wordt bepaald door het omgevingsplan binnen het kader van de Omgevingswet.
Lees ook ons artikel over Hoe dicht bij de hoofdwoning moet de mantelzorgwoning staan?.
Bronnen
- [Wet] Omgevingswet — art. 5.1 — Vergunningplicht bouw- en gebruiksactiviteiten — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) — Vergunningvrij bouwen bijbehorende bouwwerken — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) — Omgevingsplanregels — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 — art. 1.1.1 — Definitie mantelzorg — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Burgerlijk Wetboek Boek 3 — art. 3:3 — Onroerende zaak — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet waardering onroerende zaken — art. 17 — Waardebepaling — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Algemene wet bestuursrecht — Handhaving en bezwaar — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] IPLO — Mantelzorgwoning en beëindiging gebruik — geraadpleegd 2026-02-21
