Kunnen mantelzorgwoningen worden gedeeld door twee gezinnen?
In de meeste gevallen niet. Een mantelzorgwoning is planologisch bedoeld voor één zorggerelateerde woonfunctie. Gebruik door twee zelfstandige gezinnen kan worden aangemerkt als het realiseren van meerdere woningen, wat doorgaans in strijd is met het omgevingsplan onder de Omgevingswet.
Een mantelzorgwoning is juridisch bedoeld als bijbehorend bouwwerk met zelfstandig gebruik in het kader van één mantelzorgrelatie. Het gelijktijdig bewonen door twee zelfstandige gezinnen past doorgaans niet binnen deze regeling.
Kort samengevat: gezamenlijke bewoning door twee gezinnen is meestal niet toegestaan zonder wijziging van het omgevingsplan of een afzonderlijke vergunning.
Onder de Omgevingswet bepaalt artikel 5.1 dat voor gebruik in strijd met het omgevingsplan een omgevingsvergunning nodig kan zijn. De meeste omgevingsplannen staan slechts één hoofdwoning per perceel toe, met daarnaast een bijbehorend bouwwerk dat tijdelijk zelfstandig mag worden gebruikt vanwege mantelzorg.
Wanneer twee gezinnen een mantelzorgwoning zelfstandig bewonen, kan dit worden aangemerkt als het creëren van meerdere zelfstandige woonfuncties. Dit kan planologisch worden beschouwd als woningsplitsing of toevoeging van een extra woning, wat doorgaans niet is toegestaan zonder expliciete toestemming.
Bouwtechnisch moet de woning voldoen aan de eisen voor woonfuncties uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Indien de woning wordt uitgebreid of aangepast om meerdere zelfstandige eenheden te huisvesten, moet opnieuw worden getoetst aan brandveiligheid en geluidsisolatie-eisen.
Een concreet voorbeeld: een mantelzorgwoning van 60 m² wordt bewoond door een zorgbehoevende ouder en diens partner. Dit valt binnen één huishouden en is toegestaan. Wanneer daarnaast een tweede, niet-zorggerelateerd gezin in dezelfde woning wordt gehuisvest, kan dit strijdig zijn met het omgevingsplan.
De mantelzorgrelatie moet voldoen aan artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Meervoudige zelfstandige bewoning zonder zorgcomponent valt hier niet onder.
Vanuit civielrechtelijk perspectief blijft de woning bij duurzame plaatsing een onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. Het aantal bewoners verandert deze kwalificatie niet, maar kan wel planologische gevolgen hebben.
Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is of het omgevingsplan meerdere woonfuncties toestaat en of afwijking mogelijk is via een omgevingsvergunning.
De essentie is dat een mantelzorgwoning doorgaans niet bedoeld is voor gelijktijdige bewoning door twee zelfstandige gezinnen. Zonder planologische toestemming kan dit worden aangemerkt als strijdig gebruik.
Lees ook ons artikel over Kunnen mantelzorgwoningen gasloos worden geleverd?.
Bronnen
- [Wet] Omgevingswet — art. 5.1 — Gebruik in strijd met omgevingsplan — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) — Omgevingsplanregels aantal woonfuncties — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) — Brandveiligheid en geluidsisolatie woonfunctie — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 — art. 1.1.1 — Definitie mantelzorg — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Algemene wet bestuursrecht — Handhaving — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Burgerlijk Wetboek Boek 3 — art. 3:3 — Onroerende zaak — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet waardering onroerende zaken — art. 17 — Waardebepaling — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] IPLO — Meerdere woonfuncties onder de Omgevingswet — geraadpleegd 2026-02-21
