Kunnen mantelzorgwoningen gebruikt worden voor hospicezorg?
Mantelzorgwoningen kunnen worden gebruikt voor hospiceachtige zorg, mits sprake is van mantelzorg in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Zodra professionele, bedrijfsmatige zorg centraal staat, kan sprake zijn van een andere gebruiksfunctie onder de Omgevingswet.
Een mantelzorgwoning kan worden gebruikt voor terminale zorg of hospiceachtige situaties binnen de privésfeer, mits de zorg wordt verleend als mantelzorg in de zin van artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De juridische beoordeling hangt af van de aard van de zorg en het gebruik van de woning.
Kort samengevat: hospicezorg binnen familieverband is toegestaan als mantelzorg; bedrijfsmatige hospice-exploitatie niet zonder aparte planologische toestemming.
Onder de Omgevingswet bepaalt artikel 5.1 of voor een bepaalde gebruiksfunctie een omgevingsvergunning nodig is. Een mantelzorgwoning wordt planologisch doorgaans toegestaan als bijbehorend bouwwerk met zelfstandig gebruik zolang sprake is van mantelzorg. Wanneer echter sprake is van structurele, professionele zorgverlening tegen betaling, kan dit worden aangemerkt als zorginstelling of bedrijfsmatige activiteit, wat in strijd kan zijn met het omgevingsplan.
Bouwtechnisch moet de woning voldoen aan de eisen voor woonfuncties uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Indien extra medische voorzieningen worden geplaatst, moeten deze veilig worden geïntegreerd conform de installatieveiligheidseisen.
Een concreet voorbeeld: een familielid verblijft in een mantelzorgwoning in de laatste levensfase en ontvangt intensieve zorg van naasten. Professionele zorgverleners komen aan huis, maar de zorg wordt niet bedrijfsmatig geëxploiteerd. Dit valt binnen de mantelzorgregeling. Wanneer de woning structureel wordt gebruikt om meerdere personen tegen betaling hospicezorg te bieden, is sprake van een andere gebruiksfunctie.
Vanuit civielrechtelijk perspectief blijft de woning bij duurzame plaatsing een onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. De aard van de zorg verandert deze kwalificatie niet.
Voor de Wet waardering onroerende zaken (artikel 17) wordt de woning meegenomen in de WOZ-waardering zolang zij als woonfunctie wordt aangemerkt.
Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is of het omgevingsplan bedrijfsmatige zorg toestaat op het perceel en of aanvullende vergunningen nodig zijn.
De essentie is dat hospiceachtige zorg binnen familieverband mogelijk is onder de mantelzorgregeling. Zodra sprake is van professionele of commerciële exploitatie, kan een andere planologische beoordeling vereist zijn.
Bronnen
- [Wet] Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 — art. 1.1.1 — Definitie mantelzorg — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Omgevingswet — art. 5.1 — Vergunningplicht gebruiksactiviteiten — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) — Bouwtechnische eisen woonfunctie — geraadpleegd 2026-02-21
- [Besluit] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) — Omgevingsplanregels gebruik — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Burgerlijk Wetboek Boek 3 — art. 3:3 — Onroerende zaak — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Wet waardering onroerende zaken — art. 17 — Waardebepaling — geraadpleegd 2026-02-21
- [Wet] Algemene wet bestuursrecht — Handhaving — geraadpleegd 2026-02-21
- [Uitleg] IPLO — Functiewijziging onder de Omgevingswet — geraadpleegd 2026-02-21
