← Kennisbank
Algemeen 2 min lezen

Is een aanbouw een beter alternatief dan een losse mantelzorgwoning?

Een aanbouw kan een alternatief zijn voor een losse mantelzorgwoning, maar de juridische beoordeling verschilt. Een aanbouw maakt onderdeel uit van het hoofdgebouw, terwijl een mantelzorgwoning meestal een bijbehorend bouwwerk is. De keuze heeft gevolgen voor vergunningplicht, planologische statu…

Vitale oudere vrouw wandelt door het centrum

Of een aanbouw een beter alternatief is dan een losse mantelzorgwoning hangt af van planologische mogelijkheden, bouwtechnische haalbaarheid en de gewenste mate van zelfstandigheid. Juridisch is het verschil wezenlijk: een aanbouw wordt onderdeel van het hoofdgebouw, terwijl een mantelzorgwoning doorgaans een afzonderlijk bijbehorend bouwwerk is.

Kort samengevat: een aanbouw kan planologisch eenvoudiger zijn, maar biedt minder zelfstandigheid; een losse mantelzorgwoning biedt meer privacy, maar kent eigen planologische voorwaarden.

Onder de Omgevingswet bepaalt artikel 5.1 of voor een aanbouw een omgevingsvergunning nodig is. Veel aanbouwen kunnen vergunningvrij worden gerealiseerd binnen de grenzen voor uitbreidingen van het hoofdgebouw. Een mantelzorgwoning wordt daarentegen vaak aangemerkt als bijbehorend bouwwerk met zelfstandige woonfunctie, wat aanvullende gebruiksvoorwaarden met zich meebrengt.

Bij een aanbouw blijft sprake van één hoofdgebouw. Dit kan planologisch eenvoudiger zijn, omdat er geen tweede zelfstandige woonruimte ontstaat. De zelfstandigheid van de bewoner kan echter beperkter zijn, omdat keuken en sanitaire voorzieningen mogelijk gedeeld worden of minder afgescheiden zijn.

Een losse mantelzorgwoning biedt meer zelfstandigheid, maar het zelfstandige gebruik is gekoppeld aan een mantelzorgrelatie zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Na beëindiging van de zorgrelatie kan zelfstandig gebruik planologisch niet meer zijn toegestaan.

Bouwtechnisch moeten zowel een aanbouw als een mantelzorgwoning voldoen aan de eisen voor woonfuncties uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waaronder brandveiligheid, ventilatie en energieprestatie.

Een concreet voorbeeld: een gezin kiest voor een aanbouw van 30 m² aan de achterzijde van de woning om een ouder te huisvesten. Omdat geen aparte woning ontstaat, is de planologische toets eenvoudiger. In een andere situatie wordt een zelfstandige unit van 50 m² in de tuin geplaatst, waardoor meer privacy ontstaat, maar ook specifieke regels voor bijbehorende bouwwerken gelden.

Vanuit civielrechtelijk perspectief vormen zowel een aanbouw als een mantelzorgwoning bij duurzame plaatsing onderdeel van de onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. De uitbreiding kan de WOZ-waarde verhogen op grond van artikel 17 Wet WOZ.

Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is of een aanbouw binnen de vergunningvrije regels valt en hoe het omgevingsplan omgaat met zelfstandige woonruimten.

De essentie is dat een aanbouw juridisch eenvoudiger kan zijn wanneer geen zelfstandige woning ontstaat, maar dat een losse mantelzorgwoning meer zelfstandigheid biedt. De keuze is afhankelijk van planologische ruimte, zorgbehoefte en gewenste privacy.

Lees ook ons artikel over Hoe wordt een mantelzorgwoning geplaatst?.

Bronnen

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook