← Kennisbank
Het proces 2 min lezen

Hoe wordt een mantelzorgwoning geplaatst?

Een mantelzorgwoning wordt doorgaans prefab of modulair geleverd en op locatie geplaatst op een fundering. De plaatsing moet voldoen aan de Omgevingswet, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het omgevingsplan. Afhankelijk van de omvang en situering kan een omgevingsvergunning vereist zijn.

Mantelzorgwoning tijdens bouw in fabriek

De plaatsing van een mantelzorgwoning is een bouwactiviteit in de zin van de Omgevingswet en moet voldoen aan zowel planologische als bouwtechnische eisen. In de praktijk worden mantelzorgwoningen meestal prefab of modulair geproduceerd in een fabriek en vervolgens per vrachtwagen vervoerd naar het perceel. Ter plaatse worden zij met een kraan op een voorbereide fundering geplaatst.

Kort samengevat: een mantelzorgwoning wordt meestal prefab geleverd, op een fundering geplaatst en aangesloten op nutsvoorzieningen, waarna het gebruik planologisch wordt getoetst.

De juridische toetsing begint met de vraag of voor de plaatsing een omgevingsvergunning nodig is. Artikel 5.1 van de Omgevingswet bepaalt wanneer een vergunningplicht geldt. Veel mantelzorgwoningen worden aangemerkt als bijbehorend bouwwerk bij een hoofdwoning. Indien zij binnen de voorwaarden van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) blijven – zoals maximale oppervlakte, bouwhoogte en situering – kan plaatsing vergunningvrij zijn.

Voorafgaand aan plaatsing wordt doorgaans een fundering aangebracht. Dit kan een betonnen funderingsplaat zijn of een systeem met schroefpalen, afhankelijk van de bodemgesteldheid. De fundering moet voldoen aan de constructieve veiligheidseisen uit het Bbl. Vervolgens wordt de woning geplaatst en aangesloten op water, riolering en elektriciteit.

De bouwtechnische eisen voor woonfuncties zijn vastgelegd in hoofdstukken 3 en 4 van het Bbl. Deze eisen betreffen onder meer brandveiligheid, ventilatie, daglichttoetreding en energieprestatie. Ook bij vergunningvrij bouwen moeten deze normen worden nageleefd.

Een concreet voorbeeld: een prefab mantelzorgwoning van 50 m² wordt in één dag geplaatst met behulp van een mobiele kraan. Vooraf is via het Omgevingsloket gecontroleerd dat de woning binnen de vergunningvrije grenzen past. De fundering is voorbereid volgens de constructieberekeningen. Na plaatsing worden nutsvoorzieningen aangesloten en wordt de woning in gebruik genomen door de zorgbehoevende ouder.

Wat bij de gemeente moet worden nagegaan, is of het perceel binnen het achtererfgebied valt, of aanvullende vergunningen nodig zijn en of de mantelzorgrelatie aantoonbaar is conform artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Indien de woning niet vergunningvrij kan worden geplaatst, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd en mag pas worden gestart na verlening van de vergunning. Gemeenten kunnen toezicht houden op de naleving van de regels op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Vanuit civielrechtelijk perspectief wordt een mantelzorgwoning bij duurzame plaatsing aangemerkt als onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek. Voor de Wet waardering onroerende zaken (artikel 17) wordt de waarde meegenomen in de waardebepaling van het perceel.

De essentie is dat plaatsing een technisch proces is met fundering, transport en aansluiting, maar juridisch altijd moet worden getoetst aan de Omgevingswet, het Bbl en het gemeentelijke omgevingsplan.

Lees ook ons artikel over Mag een mantelzorgwoning bij een huurwoning worden geplaatst?.

Bronnen

Benieuwd wat er op úw erf mag?

We komen langs, meten in en toetsen de mogelijkheden. Gratis en vrijblijvend.

Plan een gratis adviesgesprek
Lees ook